Wellicht herken je het wel. Na je werk kom je thuis, of wellicht gebeurd het al in de auto, en er ontstaat een ontzettende trek in iets zoet. Dropjes, chocolade of misschien vergrijp je je aan het pak koekjes dat al geopend in de la ligt. En als het niet meteen uit je werk is, dan ontstaat de behoefte wel op het moment dat je 's avonds op de bank neerploft.
Veel vrouwen denken dat hun behoefte aan suiker simpelweg een gebrek aan discipline is. Dat ze “sterker” zouden moeten zijn. Maar zo werkt ons brein helemaal niet. Ons lichaam en brein zijn namelijk voortdurend bezig met één belangrijk doel: veiligheid. En snelle suikers geven het brein tijdelijk precies dat gevoel.
Waarom zoet veilig voelt
Wanneer je iets zoets eet, gebeurt er direct van alles in je lichaam. Je bloedsuiker stijgt snel en je hersenen maken stoffen aan zoals dopamine. Dat geeft een gevoel van ontspanning, comfort, rust en soms zelfs even geluk.
Zeker wanneer je moe, gestrest of overprikkelt bent, kan zoet voelen als een soort snelle oplossing. Even ontsnappen aan spanning. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je brein probeert jou een veilig gevoel te geven.
Alleen is die rust vaak maar tijdelijk. Na de snelle stijging van je bloedsuiker volgt meestal ook weer een daling. Daardoor kun je je:
moe voelen
prikkelbaar voelen
onrustig voelen
opnieuw trek krijgen
En zo ontstaat vaak een vicieuze cirkel en werkt het nemen van zoet juist averechts. Je lichaam vraagt opnieuw om snelle energie om weer hetzelfde fijne gevoel te creëren.